Wat komt er allemaal voorbij op Klassiekergespot? Of eigenlijk: wat zijn het precies voor autos? Over veel modellen hoor je momenteel niet echt veel meer, maar omdat ze alsnog vaak erg interessant zijn, wordt er geprobeerd om regelmatig iets op de frontpage te plaatsen over het verleden van De Automobiel.
Aston-Martin DB2/4 MkI
In Warschau is ook veel te spotten, alleen komt er maar zelden iemand. Zo nu en dan worden we verrast door iets bijzonders uit het verre oosten, zoals deze prachtige Britse klassieker uit het begin van de jaren 50. De DB2 is er in veel verschijningsvormen, waarvan dit de meest gebruikelijke is. De DB2/4 heeft in tegenstelling tot de DB2 een soort hatchback type achterklep, terwijl bij de DB2 alleen een klein stukje van de achterkant open ging. Dat had te maken met het feit dat de 2/4 ruimte zou bieden aan 4 personen. Sowieso is de hele achterkant anders. Voorin lag wel nog steeds dezelfde 2,6 liter zescilinder in lijnmotor, maar nu standaard uitgerust naar Vantage specificaties, omdat 105 pk wel een beetje aan de lage kant was. 125 pk om mee te beginnen en later zelfs een 2,9 liter motor met 142 pk. Er verscheen ook een versie met linnen kap, en zowel dichte als open versies van de MkII en MkIII.

Aston-Martin Lagonda Saloon
Één of andere oude Maserati, zo luidt het commentaar. Zo gek is dat nog niet, want in dezelfde periode was de hoekige Quattroporte II te koop, die na te zijn geflopt werd opgevolgd door serie III. De Lagonda Saloon was overigens ook niet meteen een succes. De series I heeft meer weg van een V8 met vier deuren, veel sierlijker dus eigenlijk. Maar na zeven exemplaren viel het doek en kwam de compleet andere Series II op de markt, zoals afgebeeld. Er kwamen ook nog een Series III en IV, waar de III er hetzelfde uitzag als de II. De IV had geen pop-up koplampen meer en twee extra conventionele koplampen in plaats van de richtingaanwijzers in de units. Voorin was een V8 te vinden die in erg veel andere Astons ligt, 5,34 liter groot en 280 pk krachtig. Dat het design niet bij iedereen in de smaak viel werd bevestigd door de matige verkoop van 631 exemplaren over een periode van ongeveer dertien jaar.

Austin A135 Princess
Een bijzondere Austin? Hoe bestaat het! Inderdaad, Austin heeft een paar keer geprobeerd zich te meten aan merken als Jaguar. De koets kwam van VanDenPlas, onder wiens naam de auto ook met lange wielbasis verkrijgbaar was. Het was een erg luxe auto, iets waarbij je niet meteen denkt bij het horen van de naam Austin, maar Austin is een aantal keren aan de haal gegaan met een zes-in-lijn. In dit geval een vierlitermotor die 135 pk leverde. In 1947 dus. Ruim voldoende, tegenwoordig vind je bijvoorbeeld nog geen 135 pk in een instapmodel. Een dergelijke auto verwacht je natuurlijk te spotten in Engeland. Bijvoorbeeld in Londen, waar het wemelt van zeldzame Britse klassiekers. Maar niets is minder waar, deze fotos zijn gemaakt in Polen. Daar heeft Klassiekergespot dus ook al bekendheid!

Bentley 4,5 Litre Le Mans
Is dat geen event op de thumbnail? Ik vond het te leuk om te laten liggen, want afgelopen zondag kwam ik één van de KG topspots tegen op Paleis het Loo. Het gaf me meteen de informatie dat het om een 4,5 Litre Le Mans ging, waarvan er 665 zijn gebouwd. De autos zijn destijds, aan het einde van de jaren 20 en begin jaren 30 ingezet in races, maar de 4,5 Liter Blowers, met Roots Supercharger, waren te problematisch om races te winnen. Smering van de onderdelen en de koeling van motor waren de auto fataal. Echter, de 6,5 Litre, met destijds al vier kleppen per cilinder (!!!) waren zo ontzettend snel dat ze veel successen behaalden in races als Le Mans. Een opmerkelijk verschil tussen de twee dus, waar natuurlijk doorgaan alleen het grote succes van de 6,5 Litre ten gehore wordt gebracht
Er worden overigens veel replicas gemaakt omdat het zulke kostbare autos zijn, dus de kans om een echte te zien is echt heel klein. Het zijn wel hoogwaardige replicas op basis van bijvoorbeeld een Rolls-Royce uit die periode. Geen replicas á la Cobra dus.

Chevrolet Corvette C1, zescilinder!
De allereerste Corvette, uit 1953, is heel bijzonder. Hij is anders dan de andere Corvettes. Niet beter, wel kostbaarder en meer gewaardeerd. Sterker nog, het is kwalitatief één van de slechtste autos van Chevrolet. In tegenstelling tot alle andere Corvettes, die voorzien zijn van een V8, wordt de eerste versie C1 aangedreven door zescilinder in lijnmotor die veel te weinig vermogen leverde voor een dergelijke auto. Maar erg mooi was hij wel en dat is iets dat zwaar meetelt. De kwaliteit is nu meer karakteristiek, dan echt storend. De auto zal er niet meer op worden afgerekend. Met een productieaantal van 4.640 stuks is het een erg bijzondere Corvette. Heel erg moeilijk te spotten en zeker in Europa. Verwacht eerder een Ferrari uit die periode tegen te komen!

Delahaye 135M Convertible
Toen Delahaye nog bestond, was het een merk dat het prima op kon nemen tegen bijvoorbeeld Delage en om het wat dichter bij huis te zoeken: Bentley zat ook erg in de richting wegens de combinatie van luxe en sportiviteit. Het was één van de vele kleine merkjes, ook nu valt op hoe weinig daarvan eigenlijk goed weten te overleven. In 1955 werd de laatste gebouwd, zo lang geleden dat zelfs de massaproducten van toen al nauwelijks meer rondrijden. Deze spot in Terhulpen, bij onze zuiderburen, is dus heel erg uitzonderlijk, ondanks het feit dat er destijds toch nog ongeveer tweeduizend exemplaren zijn gebouwd van de 135 M & MS (Niet te verwarren met M&Ms). De autos werden aangedreven door 95 dan wel 135 pk uit 3,6 liter van de zes cilinders in lijn. De auto was er in talloze verschijningsvormen. Coach, coupé, cabriolet en dan ook nog met koetswerken van de meest exotische koetsenbouwers, zoals Figoni & Falaschi.

DeTomaso Deauville
Welke concurrentie hadden Rolls-Royce en Bentley vroeger eigenlijk? Tegenwoordig zit alleen Maybach echt in hun vaarwater, maar vroeger waren er wel meer aparte modellen uit deze categorie. Wat sportiever getint, maar toch zeker in de richting. Denk aan autos als de Iso Fidia S4, de Aston-Martin Lagonda Saloon, de Maserati Quattroporte III, eventueel de Monteverdi 375/4 en de Bitter SC Sedan, maar een vrij belangrijk model uit dit segment was kwam uit Modena. DeTomaso bouwde een wat non-descript uitziende sedan met een vertrouwde krachtbron uit de States. De 5,8 liter V8 van Ford lag ook al in de Panteras en deed zijn werk goed. Voor de sedan was het vermogen niet zo hoog als 310-350 pk van de toenmalige Panteras, maar met 270 pk kon de auto goed meekomen met de vierdeurs drietand van dat moment.

DeTomaso Longchamp
Van de Deauville was ook een tweedeursvariant, weliswaar met een heel ander exterieur, maar technisch identiek en eveneens wat merkwaardig vormgegeven. De auto was ook te koop als Maserati, genaamd Kyalami, maar die had wel een echt Italiaans blok. Dit keer moest de auto het opnemen tegen de Benz 450 SLC, Ferrari 365 GT/4 2+2 in meer of mindere mate ook, en de Aston-Martin AMV8 kwam ook wel in de buurt. Van de 412 exemplaren zijn veruit de meeste afgeleverd als coupé, maar de fabriek zelf heeft er destijds ook een aantal onthoofd afgeleverd. Samen met de Deauville is deze auto gespot in Parijs, waar wel meer aparte klassiekers rondrijden.

Lagonda M45 T7 Tourer
Voor deze auto gaan we terug naar 1934. Het merk Lagonda was nog onafhankelijk, later pas werd het gekocht door Aston-Martin. Het bouwde racewagens, net als bijvoorbeeld Bentley en Aston-Martin, maar ook personenautos, zoals deze. Voorin ligt een zescilindermotor met een inhoud van 4,5 liter met twin spark. Twee bougies dus, bijzonder in die tijd, en misschien zelfs tien jaar geleden nog, toen Alfa-Romeo het trots achterop hun autos poneerde. Al zoekende blijkt dat de auto voorzien is van een T7 koetswerk, iets dat vrij bijzonder is en zodoende is het een erg kostbare auto. Slechts zestig autos met een dergelijke koets, wordt er geroepen op een website waar precies drie ton gevraagd wordt voor een goed exemplaar. Juist, het is slechts een indicatie, maar nu weet je ongeveer in welke richting het zit!

Lagonda 3 Litre Coupé
In Staines, om de hoek bij Ali G., werden sinds 1906 autos gebouwd onder de naam Lagonda. Na ruim veertig jaar redde het merkje het niet meer alleen en werd het overgenomen door Aston-Martin, waarmee Lagonda sindsdien onlosmakelijk mee is verboden. Meteen daarna kwam de 2.6 Litre, een model dat de concurrentie aan moest gaan met Jaguar, maar er eigenlijk te zwaar (1.600 kg) voor was. Sowieso werd het geen groot succes, ook het duurdere Bentley, waar de motor overigens vandaan kwam, deed het beter. De 3 Litre, met de tot 2,9 liter opgeboorde zescilinder voorin, deed het niet veel beter. Maar mooi was hij zeker, zowel de coach, als de later geïntroduceerde Three position Drophead Coupé (afgebeeld) en de sedan. Van 1953 tot en met 1957 werden er maar 430 van gemaakt, maar is momenteel niet buitensporig veel geld waard, maar goedkoop is anders.

Lamborghini Miura S
Wie klassieke Lamborghini zegt, zegt Miura. De Miura is de meest legendarische klassieke Lamborghini, hoewel de 350 GT, waarmee het merk de zijn leven begon, ook erg hoog staat. Maar de Miura is in veel opzichten bijzonderder. Het is niet, zoals veel Lamborghinis uit die tijd, een GT, dit is een echte supercar. De 3,9 liter V12 lag achter de cabine en dat was revolutionair. Alleen de Ford GT, waar de Miura wel wat van weg had, had eenzelfde soort constructie in die tijd. Maserati en Ferrari kwamen pas een paar jaar later met middenmotoren. Geheel naar Lamborghini-traditie was de auto er in vele vormen. Één zelfs voorzien van een targadak, gebouwd van zink en lood door een extern bedrijf. Om het bij de coupés te houden, de V12 was er met 350 pk (474 stuks), 370 pk (140 stuks), 185 pk in de SV (150 stuks) en zelfs nog vijf als SVJ. Van de basismodellen is de S dus de zeldzaamste, van Nederlandse komaf en ook hier gespot. Het is niet onmogelijk, maar wel moeilijk.

Maserati 3500 GT
Maserati bouwde al 44 jaar Maseratis toen hun eerste massaproduct op de weg kwam. De 3500 GT was een schitterende langwerpige verschijning die gebouwd werd bij Touring. Dat was een grote naam en hield zich ook bezig met modellen als de Aston-Martin DB4/5/6 en later met de Lamborghini 350 GT en 400 GT. De motor waardoor de auto werd aangedreven zou later nog in tal van andere Maseratis verschijnen. Het was heel gebruikelijk voor sportwagens van die tijd een zescilindermotor in lineaire opstelling, met V4 en V6 motoren werd destijds met mondjesmaat geëxperimenteerd, zoals door Lancia en later Saab. Om terug te komen op de afgebeelde auto, er was nog wel variatie wat betreft techniek. Het blok werd verderop in de reeks namelijk voorzien van een injectiesysteem, waar het begon met carburatie. Dat was natuurlijk niet probleemloos, want het was destijds vrij nieuw. Mercedes-Bens gebruikte het eerder ook al in de 300 SL. Coupés doen momenteel ongeveer een ton op de markt, een Spyder kost meestal ongeveer het dubbele aangezien ze maar 11% van de totaalproductie vormden.

Maserati Spyders met hardtop: Mistral en Ghibli
Waar klassieke Maseratis al zeldzaam zijn, werden de cabrios wegens hun astronomische aanschafprijs al helemaal slecht verkocht. Misschien valt het niet meteen op, maar beide autos zijn uitgevoerd als cabriolet. Met de optionele hardtop wel te verstaan. De Mistral was één van de vele in 1960 leverbare modellen, uitgerust met een zescilinder in lijn motor van 3,5, 3,7 of 4,0 litermotor. De Spyder werd alleen geleverd met de 235 pk krachtige 3,5 litermotor, afgezien van het allerlaatste exemplaar, waar de 250 pk sterke vierliter motor in lag. Er werden er maar 120 van gemaakt, net als van bijvoorbeeld de Ferrari 365 GTS/4. En zo ging dat ook met de Ghibli Spyder, een auto die het ook daadwerkelijk moest opnemen tegen de Daytona. Maserati rust zijn autos dan wel uit met minder krachtige machinerie, voor de man met veel geld zal het alleen maar een kwestie van smaak zijn. Dit keer waren er twee V8s leverbaar, 310 pk uit 4,7 liter en 335 pk uit 4,9 liter. De auto werd overigens niet zo lang geleverd als de schitterende coupé van Ghia (1.149 exemplaren tussen 1966 en 1973), het ging alleen om de periode van 1969-1972. De Ghibli Spyder is gespot in Maranello en draagt dealerplaten, het mooie schuinbovenaanzicht van de Mistral is genomen vanaf een viaduct in België.
Kevin spotte ook nog een coupé in Parijs. Minder bijzonder, maar eigenlijk wel veel mooier aangezien de auto een daklijn heeft. Verder zijn de coupé en de Spyder technisch gelijk.



Mercedes-Benz 300D Adenauer Cabriolet
In de jaren 50 kon Mercedes-Benz zich nog prima meten met merken als Rolls-Royce, het was nog niet zo ordinair als het nu is. De Benz 300D Cabriolet, in 1957 volgde deze de 300 van begin- en midden jaren 50 op. De auto was 10 centimeter langer dan zijn voorganger, zag er wat moderer uit, en haalde wat meer vermogen uit het drieliter blok. 160 pk was ook een jaar of vijftien geleden nog heel gebruikelijk voor een dergelijke cilinderinhoud. Ook nu was de auto er weer zowel in de vorm van een sedan, als in de vorm van een vierdeurs cabriolet. Nu werd de cabriolet echter geen 642 keer verkocht, hiervan zijn er maar 65 gemaakt. Erg zeldzaam dus, en zeker interessant dat het dan opeens in Polen wordt gespot. Geen slecht spotland op zich, maar er wordt daar haast nooit gespot. Dus, zodoende.

Opel 4/8 PS Doktorwagen 2-Sitzer 1910
Tsja
Waar te beginnen. De naam zegt eigenlijk het meeste. Meer dan er zo op het eerste gezicht over te vinden is. Een beperkt vermogen, tweezitter, en met een beetje geluk haalt hij zijn centennial. In 1863 werd Opel al gesticht en maakte autos onder licentie. In 1902 gingen ze pas eigen autos bouwen, en de afgebeelde auto zit in een reeks die toen al werd gebouwd. Op Wikipedia vinden we trouwens fotos die erg aan deze auto doen denken. De auto is in Duitsland gespot op de snelweg. Op een trailer
Het moest er nog maar eens bij komen dat mensen hiermee de snelweg op gingen, af en toe rijdt iets dergelijks wel eens op eigen wielen rond. Ga op een zonnige dag bijvoorbeeld eens in Laren of Bergen kijken.

Rolls-Royce Silver Cloud II H.J. Mulliner Drophead Coupé
Als er één bijzondere auto uit de jaren 50 is die we zo nu en dan nog wel eens tegen komen, dan is dat de Silver Cloud wel. Met meer dan zevenduizend exemplaren is het een erg goed verkochte Rolls, en met de elegante en goed geproportioneerde vormen is het een perfecte auto om bijvoorbeeld je huwelijksreis mee te maken. In dat verband zien we ze nog best vaak. Maar wat dan weer erg zeldzaam is, is de cabriolet van H.J. Mulliner. De Cloud II, uitgerust met enkele koplampen en V8, werd maar 107 van de 2.717 keren voorzien van de beeldige doch conservatief vormgegeven koets, waarmee de auto één van de meest begerenswaardige Rollsen is. Zo vinden we op internet een occasion waar men een exacte kwartmiljoen euro voor wil hebben. Het is wel een bovengrens, maar natuurlijk ook een indicatie van de huidige waarde. De auto werd gespot in het zonnige Cannes, waar je ten minste nog iets hebt aan die mooie softtop.

Rolls-Royce Silver Spur III M.P.W. Touring Limousine
Korter kunnen we het niet maken. Makkelijker dus ook niet. Dat is één van de waarheden wat betreft de naam van dit model, die naar Rolls-Royce tradities erg lang is. Phantom VI is trouwens nog een redelijk korte naam. Dat was de auto die pas in 1991 aan vervanging toe was. De Silver Spur II Touring Limousine volgde hem op, en later de III en de New. Afgebeeld is een III, die op best subtiele wijze verlengd is. De extensie beperkt zich namelijk niet tot één deel van de auto, maar is over de hele auto verdeeld om het design niet te veel uit balans te brengen. Zo is de C stijl aanzienlijk uitgerekt net als de achterdeuren. Er zijn 103 Touring Limousines geleverd tussen 1992 en 1997. Dat betreft dus het totaal voor alledrie de generaties! Kevin spotte er eentje in Parijs, naast Londen tot nu toe de enige plek waar deze Rolls gespot is.

Sunbeam 20 HP
Het begon in 1877 allemaal met een fietsenfabriek onder de naam Sunbeamland Cycle Factory, die rond 1900 een aantal experimentele autos bouwde. In 1905 kwam het dan echt aan op Sunbeam Motorcar Company Ltd., waar men echte autos ging bouwen. De 20 HP, zoals afgebeeld, is in twee series gebouwd. In 1926 kwam er een versie met 2,9 zescilinder op de markt met een maximum vermogen van 20,9 pk. Na 2.560 exemplaren hield het in 1930 even op. De auto was leverbaar geweest als tweezitter, tourer, coupé, cabriolet en sedan met verscheidene koetsen van allerlei coachbuilders. In 1930 was er een nieuwe versie beschikbaar, met 3,3 liter cilinderinhoud en een maximum vermogen dat tot 23,8 pk was toegenomen. In die tijd gold ook hetgeen achter de komma
Tot en met 1933 werden er hiervan 752 gebouwd.
